Tekst van de week

 

Pinksteren

Preek gehouden op zondag 31 mei 2020

 

Lezing: 2 Koningen 2, 1-18 en Handelingen 2, 1-4.

 

Voor de derde keer op rij zijn de grote profeet Elia en zijn leerling Elisa onze gidsen, onze bronnen van inspiratie en geloof. Tien dagen geleden, met Hemelvaart, draaide alles om Elia’s afscheid van het aardse bestaan, zijn spectaculaire opgang naar God. Vorige week zondag stond de achterblijver centraal: Elisa. Hij en wij moeten leven en geloven zonder een zichtbaar aanwezige vaderfiguur. Elia is niet lijfelijk present, Jezus evenmin. En dat maakt dat we ons soms, of juist vaker, verweesd voelen, verlaten. Als Elia in de hemel is opgenomen, scheurt Elisa zijn kleren. Er is zelfs geen lichaam meer om te begraven. 

 

Dat waren dus de kerkdiensten van de afgelopen periode. Die gingen over afscheid en je verlaten voelen. Maar vandaag gaat het niet om wie er niet is, maar om wie er wel is. Vandaag gaat het niet om afwezigheid, maar om aanwezigheid. Gods Geest is er. Hij is een geschenk van God, waarin God ook zelf aanwezig is. Een goddelijk cadeau dus, die maakt dat Elisa kan worden zoals hij bedoeld is, namelijk profeet, en die ook de leerlingen van Jezus maakt zoals ze bedoeld zijn, namelijk apostelen. 

 

De mensen om Elisa en Jezus’ leerlingen heen raken door deze gebeurtenissen geïnspireerd. Ook zij, ook wij, krijgen moed en kracht van God cadeau. Dat mag gevierd worden. 

 

Overigens … als we goed naar de getuigenissen in de Bijbel luisteren, dan weten we dat dit cadeau nooit ván ons zal worden. De Geest is en blijft Gods eigendom, niet die ván andere mensen en ook niet ván ons. Dit lezen we al bij Elisa. Hij vraagt de vertrekkende Elia om een dubbel deel van diens geest. Elisa weet natuurlijk dat Elia’s Geest Gods Geest is. Want zonder God had Elia zijn geweldige profetenwerk nooit kunnen uitvoeren. Elisa volgt Elia als profeet op. Hij weet: alleen mét de Geest die ook in Elia werkzaam was zal ik een goede opvolger zijn. En zonder de Geest zal ik wel in naam profeet zijn, maar niemand zal door mijn woorden en daden begeesterd raken, niemand zal begrijpen wat ik doe. Niemand zal door mij dichter bij God komen.

En dus vraagt Elisa Elia voor de zekerheid om een dubbel deel. Alsof Elia dat zomaar even kan regelen. Alsof je de Geest kan overhandigen, als was het een pakketje, een methode, een beleidsstuk of testament. Maar zo is het dus niet. 

Daarom zegt Elia: je vraagt iets heel moeilijks. Want ook de grote Elia heeft Gods Geest niet in zijn broekzak en kan hem er dus ook niet uithalen om hem aan Elisa te geven. 

 

Integendeel. Want de Geest is God hier en nu, naast ons, boven ons, onder ons, in ons. Rakelings nabij, maar ongrijpbaar. De Geest onttrekt zich aan onze blik, we zien er niets van … maar soms herkennen we hem zomaar en opent de Geest onze ogen voor alles wat God voor ons wil zijn. 

 

Bij Elisa gebeurt dit op een overweldigende manier. Vurige paarden en wagens ziet hij. Een stormwind die zijn meester Elia meevoert. Een ongelooflijk visioen. Buitengewoon. Intens. Extatisch! Iets dergelijks maken Jezus’ vrienden ook mee. Eerst zitten ze nog gewoon in een huis zonder dat er wat gebeurt. En dan ineens die wind en dat vuur. Ze zijn begeesterd. Ze staan in vuur en vlam.

 

Ik kan me voorstellen dat sommigen van u ook wel eens zoiets zouden willen meemaken. Alleen al om hierdoor zeker te weten dat God er echt is. Sommigen gaan naar de zo’n ervaring op zoek, bijvoorbeeld op festivals als Opwekking of in een pinksterkerk, waar vaak een uitzonderlijke sfeer heerst. Muziek, gebed, creativiteit. Van alles draagt bij aan het gevoel opgetild te zijn, vol van de Geest, dicht bij God. 

 

Maar misschien zoekt en vindt u de bijzondere Geest-ervaring niet zozeer in het evenement, maar in die ene kerkdienst. Bijvoorbeeld toen je belijdenis deed of toen je kind gedoopt werd. Of toen je als bruidspaar werd toegezongen nadat je de zegen had ontvangen. Nee, je zag geen vurige wagens en paarden, maar diep van binnen ervoer je de nabijheid van Gods Geest als warmte, als een persoonlijke aanwezigheid die je kracht gaf, moed, zegen, een weg om te gaan…

En toch denk ik dat de bijbel ons uitnodigt niet al te veel op zoek te gaan naar die uitzonderlijke ervaring. Juist omdat de Geest niet van ons is, en nooit van ons zal worden, is het zaak om ons niet te veel op onszelf te richten. God heeft ons niet geschapen om naar onze eigen navel te staren, maar om naar de wereld om ons heen te kijken. En bovendien: voordat we het weten laten we ons door allerlei emoties en sensaties meeslepen en zeggen we: dit is de heilige Geest, terwijl dit misschien helemaal niet zo is.

 

Elisa heeft iets fantastisch meegemaakt, en daarom roept hij het uit: Vader, vader, strijdwagens en ruiterij van Israel. Voor mij een van de hoogtepunten in de Bijbel. Maar na deze extase moet hij toch gewoon doen waarvoor hij door zijn leraar Elia is opgeleid. Hij pakt Elia’s mantel en doorsteekt daarmee de Jordaan. Het water wijkt naar links en naar rechts, en net als bij zijn leermeester en net als bij Mozes. 

 

En vervolgens zijn het de ánderen die iets aan Elisa zien. De vijftig profeten in Elisa’s omgeving. Zij zijn het die naar hem kijken en zeggen: de Geest van Elia is op Elisa neergedaald. Ik moet denken aan Mozes die God op de Sinai heeft ontmoet. Net zo goed een geweldige ervaring. Als hij weer beneden komt, om daar aan het werk te gaan, zien de mensen hoe zijn gezicht glanst. Ook in Handelingen zijn het niet zozeer Jezus’ leerlingen die verwonderd raken over hun eigen hoogstpersoonlijke geest-ervaring. Nee het zijn de vele mensen om hun heen die paf staan. Die omstanders raken zelfs extatisch – dat staat er letterlijk in het Grieks – over hoe Jezus’ vrienden over Gods grote daden vertellen. 

 

Kortom als het gaat om de ervaring van de Geest is het niet zozeer zaak te verlangen naar spektakel of in onze eigen gevoelens, geloof of gedrag te peuren. Het is zaak om je heen kijken. Want wie weet zie je ineens hoe de glans van God oplicht in je buurvrouw, je nicht of je collega, je baas… 

 

Voor de preek hebben we Elisa’s geestelijke ervaring uitgebreid aan de orde laten komen. We hebben het verhaal uit de Bijbel gelezen, we hoorden een popliedje en zagen prachtige verbeeldingen van de bijbeltekst. En zoals gezegd: ik vind het magniek. Wat een spektakel. Fantastisch! En toch, lieve mensen, en toch denk ik dat Pinksteren uiteindelijk gaat over de beelden die we straks te zien krijgen. Het zijn de foto’s van gemeenteleden die we al eerder hebben vertoond. Gewone mannen, vrouwen, kinderen. Ze hebben Gods Geest niet in hun broekzak. De Geest is niet hun bezit of eigendom. Maar soms zien we even hoe Gods geest hen bezielt. En heel soms komt het voor dat we het hardop tegen elkaar zeggen: de Geest van God of van Jezus is op hem of haar neergedaald. Want hoe kon hij anders weten dat ik dat kaartje nodig had? Hoe kan zij anders in staat zijn geweest zijn om haar eenzaamheid te dragen?

 

Want de Geest laat zich volgens de Bijbel zien in het geven van zorg en aandacht, maar ook in geduld, vriendelijkheid, vrede. Als wij in iemand iets van Jezus herkennen, de genezende en de lijdende, de spreker en de zwijger, geliefde en gehate, de gekruisigde en opgestane, als we in onze medemens iets van hem herkennen, dan herkennen we de Geest. Nee, dat zijn geen vurige wagens en paarden. Maar het is wel God die ons nabij wil zijn. In dit leven. Hier! Nu!

Amen.