Tekst van de week

 

Gij zijt voorbijgegaan

 

Preek gehouden op zondag 16 januari 2022

Tekst: Exodus 33, 12-24; Johannes 2, 1-11

 

Voorganger: ds. H. Boersma

 

Gemeente van Jezus Christus,

 

Gelukkig hebben we in de kerk Kanazondag nog. Dan gaat het nog ’s over een bruiloft. Gelukkig hebben we in de kerk de Bijbel nog. Daar wordt tenminste nog getrouwd. Want in het gewone leven zijn de bruiloften de laatste tijd schaars. De afgelopen twee jaar ben ik met welgeteld drie stellen in gesprek geweest bij wie de geplande trouwerij en de daarop volgende kerkelijke zegening vanwege corona niet is doorgegaan. De jonge trouwlustigen zeiden: als het feest niet ten volle gevierd kan worden, uitbundig dus en met veel mensen dicht op elkaar, dan stellen we ook de plechtigheid liever uit.

 

De schaarste aan bruiloften maakt dat we ons kunnen inleven in de schaarste in Kana. En dat natuurlijk niet alleen omdat geplande trouwerijen niet door gaan, maar ook omdat we op allerlei andere vlakken kaalslag ervaren. Onder meer als gevolg van corona en de maatregelen tegen corona. In Kana zijn de vaten leeg. Bij ons zijn de agenda’s leeg. Zo veel activiteiten gaan niet door. Misschien ervoeren we deze leegte in het begin van de coronatijd nog als prettig. Zonder de vele vergaderingen, afspraken en andere sociale verplichtingen konden we immers even op adem komen, hadden we tijd voor het gezin, een goed boek, een lange wandeling. Maar inmiddels wordt de situatie nijpend. De dagen rijgen zich aaneen en door het gemis aan afwisseling verglijdt de tijd.

 

De vaten zijn leeg. Er is geen wijn.

 

Wat zou het fijn als ik nu kon zeggen dat we dit alles gemakkelijk aan zouden kunnen als we ons maar op God zouden verlaten. Wat zou het fijn zijn als ik kon zeggen: met het juiste geloof en de goede instelling, ervaren we geen leegte meer, maar vervulling. De ware volheid komt van Jezus of God de vader, de Geest. Halleluja!

 

Nu geloof ik inderdaad dat dit zo is. Alleen is het wel zo dat de ervaring vaak nogal achterblijft. Misschien dat een enkeling wel degelijke elke dag de goddelijke vervulling voelt, maar uit ervaring kan ik zeggen dat bij de meesten – ook bij kerkmensen, ook bij mezelf! – dit anders is. Ja, je gelooft echt wel, nou ja soms en dan weer vaker, maar ondertussen voel je je door kale dagen, het gebrek aan sociale contacten en het gemis aan gezamenlijke kerkdiensten van binnen een beetje uitgehold. Als was je een van de lege vaten in Kana. Er is geen wijn.

 

Misschien voelt Mozes zich ook een leeg vat. Of is hij bang dat hij zich gaat voelen als een leeg vat. Hij moet namelijk verder met zijn lange reis door de woestijn. En dat met een volk dat liever een gouden kalf aanbidt dan God de Heer. Gelukkig weet hij door te smeken en te bidden te voorkomen dat God zijn volk als vergelding voor dit vergrijp vernietigt. Maar bij de hervatting van de reis, is Mozes onzeker of de Heer meegaat. Want het zou een ramp zijn als dit niet zo is. Ja, de weg zal hoe dan ook zwaar zijn, en kaal en vol gevaren – daar zal niets of niemand aan iets kunnen veranderen – maar Mozes kan deze reis alleen volbrengen als God hem en alle anderen vergezelt. En gelukkig belooft God dat hij dit zal doen.

 

Maar hierop wordt Mozes overmoedig. God als metgezel is voor hem toch niet genoeg. Hij wil dat God meer doet, meer is dan een metgezel. Hij wil God zien. Kortom, Mozes wil Gods volheid hier en hij wil Gods volheid nu. Hier stapt Mozes een grens over, die hij niet over kan. Want God is geen product dat je met click & collect kan bestellen. God is geen stopverf waarmee we menselijke gaten kunnen vullen. Wij kunnen God niet maken zoals wij hem willen hebben … het is onmogelijk om hem rechtstreeks te zien. En toch reageert de Heer vol mededogen op Mozes’ vraag. Hij wijst hem een plaats in een kloof en belooft: straks, als ik langskom, dan houd ik mijn hand voor jou. Zo bescherm ik je tegen al te veel heerlijkheid, al te veel majesteit, al te veel grootheid. Pas als ik voorbij ben, haal ik mijn hand weg en kan je me zien. Maar alleen van achteren.

 

Zou dat bij ons ook zo kunnen zijn? Zouden wij in ons huidige leven, dat misschien niet alleen lijkt op de kale bruiloft te Kana maar ook op de barre woestijnreis van Mozes, zouden wij in ons leven gebeurtenissen, plaatsen, mensen kunnen aanwijzen waarvan we kunnen zeggen: God is ons voorbijgegaan? Nee, niet als ultieme of spectaculaire ervaring … maar als een spoor, als voetstappen op het strand, als een diep weten: net was hij er nog, maar nu niet meer. Maar in de lucht hangt nog de wind van zijn voorbijgaan. We ruiken nog de geur van zijn aanwezigheid, voelen op onze huid de afdruk van zijn hand.

 

Ja, klip en klaar en glashelder zijn dergelijke ervaringen niet. Maar zo is het nu eenmaal als het gaat om God en om geloven. Dat is zelfs in Kana zo. Want in Kana proeven de mensen uiteindelijk wel de beste wijn, maar als je goed leest wordt ook hier de volheid meer indirect ervaren dan direct. Ook in Kana is het niet ‘God hier’ en ‘God nu’. Nee Jezus is gewoon een gast onder de gasten die zijn moeder terechtwijst als ze van hem een instantoplossing vraagt voor de ontstane tekorten aan wijn. De bruidegom komt slechts zijdelings ter sprake en de bruid wordt niet genoemd. Ja, er gebeurt iets fundamenteels, dat is duidelijk. Maar de bruidsfotograaf is niet in staat gebleken er plaatjes van te schieten. We horen en zien niets van het wonder. Jezus zegt niets opzienbarends en doet ook niets opzienbarends. Pas na ‘het’ grote gebeuren, dus achteraf, pas bij het proeven blijkt dat het water geen water, maar wijn.

 

Dit is er is vastgelegd: Maria geeft de dienaren de opdracht om naar Jezus te luisteren. Jezus draagt ze vervolgens om de vaten te vullen met water. En – hoe wonder bovenwonderlijk – dat doen ze!!!

 

Je wilt wijn, je snakt naar vervulling, vreugde, een rechtstreeks contact met God. Alleen maar erop vertrouwen dat Hij erbij is, dat Hij met je meegaat is niet genoeg. Je wilt God zien of anders op zijn minst zijn grootsheid of vervulling ervaren. Je wilt het zeker weten. Maar het enige wat je te horen krijgt, is dat je zelf aan de slag moet, dat je zelf de vaten moet vullen, met water. Tja, meer kan ik er ook niet van maken. En dat is ook wel jammer. Zeker voor degenen die verlangen naar rotsvaste zekerheden, spectaculaire genezingen of magie. Vaten vullen heeft daar verrassend weinig mee te maken. Maar aan de andere kant, als we dat doen, zijn de vaten in ieder geval niet meer leeg. Nee, erg bijzonder is water niet. Maar aan de andere kant: water lest wel de dorst. Water wast wel schoon. Door water groeien bomen, planten en bloemen.

Dus hoe gewoontjes het water ook is en hoe simpel ook de opdracht … we moeten ook niet doen alsof het niks is. De vaten vullen met water. Ik denk hierbij aan de gewone dingen die horen bij leven en geloven. Ik denk aan God danken dat je leeft. Geregeld uit de Bijbel lezen. Goed zijn voor je naaste, trouw zijn als kerklid, mensen die anders zijn niet diskwalificeren. De vaten vullen met water. Dat geloven, hopen, liefhebben … niet omdat je er nu zo veel bij voelt of omdat deze levenshouding je meteen van alles oplevert of omdat alles er ineens een stuk gemakkelijker door wordt. Maar omdat de Heer het van je vraagt.

 

Want dat is het echte wonder in het verhaal, dat de obers doen wat Jezus van ze vraagt. Dat wij doen wat Jezus van óns vraagt. Blijkbaar is er iets in zijn woorden, in zijn gestalte, alles wat er over hem gezegd wordt, dat smaakt naar meer, dat verwijst naar groter, naar God. Jezus zegt: vul de vaten met water. En de obers doen wat hij vraagt.

 

Lieve gemeente. Ik denk dat wij op dit moment óók doen wat Jezus vraagt. Door onze kerkdienst te houden vullen we de vaten. Nee, tot grootse dingen zijn we niet in staat. We hebben alleen water tot onze beschikking. Maar ons vat is hierdoor in ieder geval niet meer leeg. Ook als we straks in ons gezin doen wat we moeten doen. Als we voor de ander net dat stapje meer lopen. Als we nadenken hoe we ondanks alles aan gemeenschap kunnen bouwen. Op al dat soort momenten doen we wat de Heer van ons vraagt. We vullen de vaten met water.

 

En vroeg of laat zal het gebeuren. Ik ben er zeker van. Vroeg of laat zal de ceremoniemeester komen. Of iemand in je omgeving. Een toevallige passant. Een zus, een vriend, een collega. Misschien ben jij die iemand zelf wel, die op het moment van proeven geen water op de lippen krijgt, maar wijn. Gods volheid in jouw leven. Nee, we kunnen die volheid niet pakken. De ervaring is bijna altijd iets wat je alleen achteraf kunt duiden. Maar ze is er. Voor u, voor jou, mij. Ons allemaal. Amen