Tekst van de week

 

 

Preek gehouden op 4 april 2021 (Eerste Paasdag)

Voorganger: ds. A.B. Broekman

 

Tekst: Mattheüs 28, 1-10

 

Er gebeuren rare dingen rondom het lijden en sterven van Jezus. We zien het al rondom het laatste avondmaal waar Jezus zegt dat Hij niet meer van de vrucht van de wijnstok zal drinken tot Hij zal zijn in het koninkrijk der hemelen. Jezus wijst voorbij aan de kruisiging. Het mysterieuze koninkrijk der hemelen zal gerealiseerd worden. Wat is dat? Nou dat weten we niet precies, en daar zijn hele dikke boeken over vol geschreven. Het heeft in ieder geval te maken met Gods heerschappij die een realiteit wordt.

 

Die heerschappij van God zijn we weer tegen gekomen op Goede Vrijdag. Jezus wordt door de Hoge Priester Kajafas ter dood veroordeeld. Jezus wijst er echter fijntjes op dat Hij de Knecht des Heeren is, die zal komen op de wolken. Hij zal de wereld oordelen tijdens het laatste oordeel. Met andere woorden, je kunt wel denken dat je mij ter dood kunt veroordelen, maar uiteindelijk val jij onder mijn oordeel.

 

Op stille zaterdag hebben we gelezen over het sterven van Jezus. En dan gebeuren er dingen die ook alle vormen van logica te boven gaan. Tijdens het sterven van Jezus wordt het midden op de dag aardedonker. Het gordijn, dat voor het heilige der heilige hangt, scheurt van boven tot beneden in tweeën.

 

En daarna wordt het nog vreemder. Het wordt echt absurd. We lezen dat de graven openbreken. De heiligen die vroeger hebben geleefd staan op uit de dood. Ze lopen Jeruzalem binnen en groeten hun bekenden. Het wordt echt een heel vreemd verhaal. Je kunt er met je verstand niet bij. God zet ons constant op het verkeerde been.

 

Nu we bij de opstanding zijn aangekomen, wordt het nog een graadje erger. Er is nu helemaal niets meer van te begrijpen. Het is net of dit verhaal ons met lege handen doet staan. De schrijver speelt met ons mensen. Het spot werkelijk met elke vorm van logica, en wij hebben het er maar mee te doen, of wij het nu leuk vinden of niet. Het is net of ons wordt gevraagd om werkelijk alles los te laten. Niets is, wat het lijkt

 

In het begin worden we confronteert met een engel die mij doet denken aan het stripfiguur Asterix de Galliër. U weet wel, de stripfiguur die van de toverdrank heel sterk van wordt. Natuurlijk is Asterix een fantasiefiguur, niemand kan rotsblokken optillen door een magisch drankje te drinken. Toch zien we dat hier wel gebeuren. Je stapt een andere wereld in.  

 

Er is ooit een boek gepresenteerd bij ons op de universiteit van een beroemde Duitse hoogleraar. Die zei: ‘Het is net alsof je een kamer instapt. Ineens gaat er een deur open waarvan je niet wist dat hij er zat. Je schrikt want de deur was je nog nooit opgevallen, en toch zit er een hele werkelijkheid achter die deur. Zo zit het ook het God en met een leven na de dood. Niemand van ons kan garanderen dat er een leven na de dood is, maar aan de andere kant kunnen we ook niet garanderen dat het er niet is. Het is mogelijk dat er achter onze werkelijkheid, nog een andere werkelijkheid schuilgaat.

 

Als je al die opstandingsverhalen naast elkaar legt, krijg je steeds het gevoel dat het wel raakvlakken heeft met onze realiteit, maar dat het overloopt in iets anders. Dat begint al bij de opmerking ‘op de eerste dag van de week’. De sabbat is achter de rug en er gebeurt iets nieuws. Er wordt al iets zichtbaar van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde. Het oude wordt achter ons gelaten. Met de nieuwe morgen, breekt ook de nieuwe schepping door.

 

We zien dat er vrouwen naar het graf lopen. Er is een aardbeving. Als er een aardbeving is, dan gebeurt er iets. We zagen het ook met het sterven van Jezus. Daar wordt iets van de macht van God duidelijk die sterker is dan de wereld. De wereld wordt letterlijk door elkaar geschud. Bij het kruis zien we dat de centurion die Jezus gekruisigd heeft tot geloof komt, en belijdt dat deze waarlijk Gods zoon is.

 

In de graftuin zien we een engel verschijnen. Nu zijn engelen over het algemeen boodschappers van God. Zo komen we ze vaak tegen in het oude testament, maar in het nieuwe testament komen we ze tegen als er iets gebeurt rondom Jezus. Dat zien we met name bij de geboorte van Jezus. We lezen in het kerstverhaal hoe herders worden geconfronteerd met een leger van engelen die het ‘Ere zij God’ aanheffen. De lucht is fel verlicht en de herders vallen bang op de grond, omdat ze denken dat hun laatste uur heeft geslagen.

 

Hier zien we iets wat daar op lijkt. Een engel daalt neer uit de hemel, en als hij de grond raakt volgt er een aardbeving. Zijn gedaante was als een bliksem en zijn kleding wit als sneeuw. We hebben hier duidelijk te maken met een buitenaardse verschijning. Dit past in geen enkel hokje of vakje.

 

We zouden vergeten dat er enkele getuigen zijn. We weten nog dat de leden van het sanhedrin gevraagd hadden om een paar wachters bij het graf. Zij herinnerden zich immers de woorden van Jezus, dat hij na drie dagen zou opstaan uit de dood. Ze vragen Pilatus om enkele wachten om het graf te bewaken. Nou, die staan daar om het graf te bewaken. Dat is een serieuze zaak want als je als wachter je post verliet, dan werd dat bestraft met de doodstraf. We kunnen er vrij zeker van zijn dat deze wachten daar nog steeds staan.

 

De engel blijkt dezelfde uitwerking op de wachters te hebben als op de herders. Ze beefden van angst, en vielen als dood neer. Hier zien we iets van Gods heiligheid, wat een gewone sterveling niet kan verdragen. Het is bekend dat wie God ziet zal sterven. We zagen het ook toen koning David de ark van het verbond, de kist met de stenen tafels waarop de tien geboden staan, terug wil brengen naar Jeruzalem. Als de ark van een wagen dreigt af te vallen, strekt iemand zijn hand uit naar de ark van het verbond, maar die persoon valt dood neer.

Daar wordt iets duidelijk van de heerlijkheid van God die voor ons mensen te veel is om te verdragen.

 

God treed je met respect en voorzichtigheid tegemoed. God fascineert de mens, en tegelijkertijd boezemt Hij ons ook angst in. Hier komt ook de uitspraak vandaan dat ‘de vreeze des Heeren het begin van alle wijsheid is’. Ken je plaats als mens, want je wilt niet met krachten geconfronteerd worden die je verre te boven gaan.

 

Dan zien we het Asterix-momentje. De engel pakt de loodzware steen op die voor het graf gewenteld is. Hij pakt de steen op alsof het niets is. Hij legt hem aan de kant, en gaat er op zitten. Het moge duidelijk zijn dat noch de wachters, noch de steen voor het graf, een obstakel zijn voor de engel.

 

We zien echter niet dat de engel naar binnen gaat en daar Jezus opwekt uit de doden. De engel markeert alleen de plek waar het gebeurt is. Hier heeft de opstanding plaatsgevonden. Het graf is leeg. Daarnaast zorgt hij er voor dat dit voor iedereen duidelijk zichtbaar is. Het graf heeft Jezus niet kunnen vasthouden.

 

Ondertussen zijn de vrouwen bij het graf aangekomen. Zij zien alles wat er is gebeurt. Ze zien de engel neerdalen, en de wachters, dieliggen er voor pampus bij. De engel zit op de steen die voor het graf was gewenteld. Net als de wachters bij het graf, weten ze niet waar ze het zoeken moeten. Het zal je maar overkomen.

 

De engel spreekt hen echter toe. Ze moeten niet bevreesd zijn. Hij weet waarom ze hier zijn. Ze zoeken Jezus die gekruisigd is. Hij is hier niet, want Hij is opgewekt. Hier klinkt voor het eerst het evangelie. De afschuwelijke marteldood van Jezus is door God ongedaan gemaakt. Hij is niet dood maar Hij leeft. Naar menselijke maatstaven een absurde gedachte.

 

Dat klopt ook. Het is ook niet een mens die dit evangelie verkondigd. Het evangelie wordt ons door een engel, en vanuit een andere werkelijkheid, aangereikt. Een werkelijkheid waar het allemaal net iets anders in elkaar zit dan bij ons. Kennelijk moet het ons van buitenaf worden verkondigd, omdat dit voor ons als mensen niet te begrijpen is.

 

Het moet bij de vrouwen allemaal even indalen. Je zult maar in hun schoenen staan en hier allemaal mee geconfronteerd worden. Ze geloven hun eigen ogen niet, maar daarop nodigt de engel hen uit, om het graf maar eens aan een grondige inspectie te onderwerpen. Ze zien het goed. Hij is hier echt niet. Hij is opgewekt, zoals Hij het gezegd heeft.

 

De engel draagt hen op, om naar de discipelen te gaan en af te reizen naar Galilea. Daar zal Hij hen ontmoeten. Ze verlaten haastig de tuin om het goede nieuws te verkondigen. Bij het verlaten van de tuin, komt Jezus hen tegemoed. Ze gaan naar Hem toe en aanbidden Hem. De Heer is waarlijk opgestaan. Zij zullen als eerste aan de mensheid het evangelie verkondigen. Het is de goede boodschap dat er meer is dan alleen het hier en nu.

 

Ik moet zeggen dat mij het verbaasd dat mensen aan dit verhaal geen behoefte hebben. Het valt wel op dat we vooral in het hier en nu leven, en dat we niet verder kijken dan onze neus lang is. We willen vooral lol in het leven, en daar is de kous mee af. Dat zien we ook rondom corona. Wat zijn we boos op de kerk in Urk. Ik ben ook van mening dat ze dat niet handig hebben gedaan.

 

Maar waarom zijn we boos? Dezelfde verslaggever die klappen kreeg in Urk, stond niet veel later in een overvol Vondelpark mensen te interviewen. Het viel mij op dat de toon toen een stuk minder agressief was. Want als er mensen naar de kerk mogen, dan wil ik naar een festival, of naar het stadion. Dat wordt op dezelfde lijn gezet. Alsof wat wij hier doen, een soort hobby is, waar je aan kunt doen of niet.

 

Ik denk dat we ons hier bezig houden met vragen die het hier en nu overstijgen. Daar wijst dit verhaal ook constant naar. Het leven is voor de gemiddelde Nederlander echter één groot feest, dat geen einde kent. Alsof er geen dood is en geen lijden bestaat dat ons treft. Ach, het komt wel voor, maar zolang het niet bij ons aanbelt, gaan we gewoon verder. Tja, de jeugd heeft er geen behoefte aan.

 

De filosoof Heidegger is van mening dat geen mens te jong is om te sterven. Iedereen wordt met de dood geconfronteerd. Daar is geen leeftijd aan gekoppeld. U weet dat ik wat mankeer aan mijn oog, en gelooft u mij dat er heel wat door je heen gaat als er wordt gezegd: we hebben wat gevonden en u moet maar eens door de scan. Geloof me, dan denk je niet meer aan een feestje of een middag in het stadion.

 

Dan vraag je je af waar haal je de moed en de kracht vandaan haalt om verder te gaan. Als je loopt op de afdeling nucleaire geneeskunde dan is corona heel ver weg. Dan hangt er een naam van een andere ziekte in de lucht. Weet wel de ziekte die begint met de letter k. Geloof me, dan wordt je heel klein.

 

Welk perspectief heb je dan nog? Dan heb je alleen dit verhaal nog om je aan vast te houden. De vraag of geloven je nu wel of niet aanspreekt,  doet er niet meer toe. Alles wordt je uit handen geslagen. Waar put je je kracht uit? Waar mag je op hopen?

 

Ik geloof dat er meer is tussen hemel en aarde. Nu zegt u misschien, er is er nog nooit één teruggekeerd, maar ik ben van mening dat dit wel het geval is, en dat dit mij juist hoop geeft. Dat is immers wat we vieren met Pasen. Er is perspectief, omdat ik mij niet aan de indruk kan onttrekken dat er meer is tussen hemel en aarde. Omdat wij die deur niet zien naar die andere werkelijkheid, betekent niet dat hij er niet is. Misschien is dit niet een verhaal waar ik de gemiddelde Nederlander mee overtuig, maar het is wel het verhaal waar ik over goed een week onder het mes mee ga.

 

Amen