Gemeente van Jezus Christus

Zo op het eerste gezicht heeft het verhaal van Ester de ongecompliceerde helderheid van een sprookje. Sprookjesprinses Ester en haar oom Mordechai staan aan de ene kant. Zij verbeelden het goede. Aan de andere kant staat het kwaad, dat verpersoonlijkt wordt door Haman. Hem is er alles aan gelegen het goede kapot te maken en uit te roeien. Gelukkig weten we de afloop van het sprookje ook al. Het goede overwint en het kwade gestraft.

Maar er is ook nog de koning. Waar staat hij in deze machtsstrijd tussen goed en kwaad? Dat is niet zo klaar en helder. Ahasveros heeft immers tot nu toe nooit positie gekozen. Het lijkt erop dat er steeds voor hem wórdt gekozen. Door de hovelingen, door Ester, Haman, andere adviseurs … Vorige week hoorden hoe Ahasveros slapeloosheid ertoe leidt dat Mordechai de eer krijgt die hem toe komt. Geweldig! Maar ook deze wake is niet echt een keuze van de koning. De slapeloosheid overkomt hem, zoals alle dingen hem zo’n beetje overkomen.

Maar de willoosheid van de koning is wel volledig zichtbaar. We hoeven er niet naar te gissen of te zoeken, ze is niet verborgen. De koning wil niet al te veel en weet niet al te veel. En deze willoosheid en onwetendheid bevallen hem uitstekend. Want op deze manier is de werkelijkheid voor hem het mooist en vooral het minst ingewikkeld. Daar zit hij aan het hoofd van de tafel. Aan de ene zijde zit zijn bloedmooie echtgenote Ester en aan de andere kant zijn slimme adviseur Haman. De wijn smaakt goed en het eten is lekker. In het land lopen de zaken op rolletjes. Dus waarom zou hij zich druk maken over moeilijke kwesties, waarom zou hij zijn ogen open doen en zijn best doen om onderscheid te maken tussen goed en kwaad. De dingen en mensen zien er zo op het oog goed uit, dus zijn ze ook goed.

Nu helpt het ook bepaald niet dat zijn beide tafelgenoten, Haman én Ester, zich anders voordoen dan ze zijn. Koning Ahasveros heeft zoals gezegd geen masker op. Hij is zoals hij is. Het is voor niemand een geheim dat hij liever zijn hoofd in het zand steekt dan dat hij positie kiest. Maar Haman draagt wel een masker en Ester ook. En daar hebben ze zo hun redenen voor. Ester houdt haar ware identiteit als joodse verborgen, omdat ze zo het gemakkelijkst toegang krijgt tot het hof van de koning en zo haar volk van de dood kan redden. Haman verbergt achter het masker van de politieke strateeg een onverschrokken egoïsme en jodenhaat. Ja, hij heeft de koning overtuigd dat er ergens in het koninkrijk een volk is dat met zijn eigenheid de stabiliteit ondermijnt en dat daartegen genocide de beste oplossing is. Maar Haman speelt geen open kaart. Hij heeft de koning niet verteld dat het hem eigenlijk alleen gaat om die ellendeling in de poort, Mordechai. Die niet voor hem wil buigen. En omdat Hamans ego door die ene persoon is gekrenkt, omdat hij beledigd is, daarom moet nu hun een heel volk uitgeroeid worden.

Een bijkomend feit is dat Hamans plan voor volkerenmoord ook de dood van koningin Ester zal betekenen. Zij ís immers een joodse. Maar dat weet Haman weer niet. Alleen Ester is van alles op de hoogte. En zo ontstaat er een kat en muisspel. We kunt zonder moeite parallellen trekken met ‘Wie is de Mol’ of een film met dubbelspionnen en intriges. Soms doet dit verhaal mij zelfs denken aan een klucht van het Theater van de Lach, vol struikelpartijen, misverstanden en geheimpjes die voor de één wel en voor de ander niet bekend zijn. En wij, toeschouwers, zitten op het puntje van onze stoel. Wij wachten op het moment dat de kwade genius in de kuil valt die hij zelf voor de ander gegraven heeft, of – in het geval van Haman – aan de paal gehangen wordt, die hij zelf voor een ander heeft laten neerzetten. Wie het laatst lacht, lacht het best.

Maar het lachen vergaat ons subiet zodra we beseffen dat het plan van jodenvernietiging in dit verhaal dan wel verijdeld wordt, maar in de geschiedenis wel degelijk bewaarheid is geworden. Niet één keer, maar meerdere keren. Het bekendst is de Holocaust. Ook toen werden er leugens verteld om het antisemitisme aan te wakkeren. Tussen de 5 en 6 miljoen Europese joden zijn er in de gaskamers omgekomen. En ondanks dit vreselijke feit, ondanks de belofte aan elkaar ‘dit nooit weer’, blijf de jodenhaat de kop opsteken. Ook vandaag de dag.

Na de Tweede Wereldoorlog zeiden veel Duitsers en andere collaborateurs dat ze het niet geweten hadden. ‘Wir haben es nicht gewusst’. Ze waren machinist van een goederentrein of vrachtwagenchauffeur, soldaat, ze typten lijsten uit, vormden een heel klein radertje in de grote vernietigingsmachine. Ergens wisten ze wel dat er joden vermoord werden, maar ze konden de schaal waarop het gebeurde niet overzien. Ze werden niet goed geïnformeerd, kregen leugens te horen. Door dit alles wisten ze het ook niet. Echt niet. Maar aan de andere kant hebben ze het ook laten gebeuren. Omwille van hun eigen baan, de vrede in de familie, de loyaliteit aan het land, de eigen angst. Onwetendheid is ook een keuze. De grens tussen niet weten en niet willen weten is niet altijd even helder. Trouwens, een sterke man als leider van je land is best lekker. Dan hoef je zelf tenminste geen verantwoordelijkheid te dragen. En dus stel je geen vragen en dus steek je net als Ahasveros je hoofd in het zand.

Tja, Ahasveros. Hij wil gewoon een mooie vrouw aan zijn zijde. Wat haar achtergrond is, waar ze vandaan komt, dat ze wees is, in welke God ze gelooft, wat haar ten diepste beweegt, het interesseert hem eigenlijk niet. Ahasveros stelt geen vragen. Net zo min als hij weigert om bij Haman door te vragen. Wat bezielt jou eigenlijk om een heel volk uit te moorden? Is dat nodig of heb jij je een persoonlijke agenda? Ahasveros stelt geen van deze vragen. Hij wíl niet weten. Hij kijkt niet verder dan zijn neus lang is, niet voorbij het masker dat Ester en Haman hebben opgezet. Zo hoeft hij niet kiezen tussen goed en kwaad.

Zelfs bij de ontknoping van het verhaal wordt Ahasveros toch vooral gedreven door eigenbelang. De koning denkt dat zijn vrouw door Haman wordt aangerand. En dat terwijl Haman Ester smeekt voor zijn leven. Maar juist tijdens deze smeekbede struikelt hij over Esters ligbed. Als Ahasveros dit ziet, wordt hij nog bozer dan eerst. En zo komt Haman niet aan de paal te hangen vanwege zijn gruwelijke moordplan, maar vanwege een aanranding die hij niet heeft gepleegd.

In het voorstukje over deze dienst deel ik met u mijn ongemakkelijke gevoel bij de dood van Haman. Moet kwaad met kwaad vergolden worden? Leert Jezus ons niet te vergeven? Gaat het in geloof en leven niet om verzoening? Aan de andere kant besef ik goed dat de slachtoffers van haat en kwaad gerechtigheid willen. Toedekken, niet willen zien, zoals in de rooms-katholieke kerk ten aanzien van seksueel misbruik is gebeurd … het maakt het kwaad dat al is gebeurd, nóg erger. Het kwaad moet ontmaskerd worden en bestraft. En toch vind ik ook: wraak is niet de oplossing. Of in ieder geval: niet aan ons, maar God komt de wraak. Kortom, ik kom er niet goed uit.

Voor nu denk ik dat het belangrijker is om ons in de koning te verplaatsen. Hij weet niet en hij wil ook niet weten. Hij ziet alleen dat wat hij wil zien. Maar God ziet wel en hij weet, zo maakt hij onderscheid tussen dag en nacht, goed en kwaad. Net als bij de schepping. Ook wij zijn geroepen onderscheid te maken. Niet ons hoofd in het zand steken, maar bewust kijken en zien. Om zo de Hamans in het leven te herkennen en de Esters en de Mordechais en al die naamlozen die verlangen naar een goed leven. Als we achter de maskers zien, weten we ook wat we moeten doen. Voor God en voor onze naaste.

Amen